Een zoon voor de Führer

Roel van Duijn schrijft in zijn pas verschenen boek Een zoon voor de Führer, het verhaal over Julia Op ten Noort, een idealistische nazi-vrouw van de eerste orde.

Jonkvrouw Julia Op ten Noort, Juul voor intimi, behoort tot de betere kringen en groeit op in Baarn samen met haar broer Laurens die huilt als de keizer van Oostenrijk sterft in 1916. Zelf is hij dan acht of negen jaar oud. Julia verlaat vroegtijdig het Baarns Lyceum, omdat het gezin naar het Gelderse Vorden verhuist.

In de jaren dertig komt ze in aanraking met de Oxfordgroep en onderhoudt een correspondentie met de leider Buchman. De groep trekt veel adellijken aan in Nederland. Buchman richt zich met zijn groep ook op Duitsland, daar hij vindt dat de ideeën van de nazi's een mooi tegenwicht vormen tegen het bolsjewisme. Een geïnteresseerde is onder anderen Heinrich Himmler. In 1934 ontmoet Julia via via kopstukken van de nazi's tijdens een lunch in Breslau. Daar komt ze in aanraking met de Groot-Germaanse gedachte van de SS. En met Himmler.

We lezen over haar carrière binnen de NSB, haar vriendschap met en bewondering voor Himmler en haar keuze om, wanneer ze zwanger is, haar kind te baren in één van de beruchte Lebensbornklinieken in Duitsland waar ze zich ook vestigt. Later zou de Nederlandse politie suggereren dat Himmler de vader van het kind is. Haar zoon noemt ze Heinrich. De zoon sterft een roemloze dood en Julia richt zich na de oorlog op andere groepen zoals de Bagwan. Ze wordt een spiritueel aanspreekpunt binnen haar gemeenschap, waar niemand iets weet over haar verleden tot na haar dood.

De auteur schrijft in detail over het leven van Julia en haar keuzes. Maar niet alleen dat. Utopist in de jaren zestig en zeventig houdt hij Julia als spiegel en stelt oprechte vragen over het geloof in een utopie en gedrevenheid om te bereiken waarin je gelooft. Hij trekt een lijn naar de huidige tijd en de lezer gaat vanzelf in een eigen spiegel kijken, gaat vragen stellen over het grijze gebied tussen Goed en Kwaad.

Het is eigenlijk een grote vraag waarom Julia Op ten Noort niet eerder zo een aandacht heeft gekregen. Er is veel bekend over de Weduwe Rost van Tonningen, maar over deze vrouw die toch zo een prominente rol heeft gespeeld, is zeer weinig bekend.

Het verhaal is meeslepend zonder moralistische pretenties, maar openhartig en kwetsbaar in de regels waar vragen worden gesteld. Humor in het verhaal geeft op tijd de nodige afstand van de hoofdpersoon. Zo een boek dat blijft na sudderen als het eenmaal is uitgelezen.

Liselotte ter Poorten

Historicus